Je kent dat wel. Na je studies blijf je plakken in de stad waar je gestudeerd hebt. Bij ons was het niet anders. We woonden op een knus appartementje kort bij de stad. We komen beiden uit het groene van de Maaskant en dus gingen we na verloop van tijd op zoek naar een huisje met wat groen. Dat is trouwens ‘advies’ dat vaak gegeven wordt wanneer je in een IVF-traject zit. “Koop een huis! Dan denk je er even niet aan en dan komt die kleine vanzelf”. Voor alle duidelijkheid… als je in een IVF-traject zit is het haast onmogelijk om daar niet aan te denken. Het was alleszins voor ons niet de reden om op zoek te gaan naar een huis.
Al snel was duidelijk dat in de buurt van Leuven gaan wonen geen optie was. Te duur. Aangezien mijn vrouw in Limburg werkt en ik in het Leuvense mikten we op een stek in het midden. Op dat moment beseften we dat we voor de ‘oppas’ van ons kindje geen beroep zouden (kunnen) doen op onze ouders. Maar we zouden ons wel redden. We zijn beiden sociaal en dus ging dat wel in orde komen. Het valt me trouwens op hoeveel jonge ouders tegenwoordig op hun ouders beroep doen voor de opvang van hun kinderen. Bij sommigen heb ik de indruk dat de grootouders aan het opvoeden zijn.
Enfin, we vonden een mooie, groene plek in de buurt van Landen. Een leuk huisje met een tuin en een beekje achteraan. Ligstoel en hangmat zouden hier niet misstaan. Hier zou onze dochter naar hartenlust kunnen ravotten. Hier zou ik haar van alles leren over de natuur. Hier zou ze vriendjes en vriendinnetjes leren kennen en naar school gaan. Dit zou haar heimat worden. En die van ons. Toch?
Door ergens te wonen kom je in contact met mensen. Leer je mensen kennen en bouw je een gemeenschap om je heen. Een vangnet. Voor jezelf en je kinderen. Het wordt de heimat waar ze altijd kunnen thuis komen. Ook al reizen ze de wereld rond. Dat is voor iedereen anders natuurlijk. Ik merk dat dit heel sterk bij mij aanwezig is. De club waar ik gevolleybald heb. De school waar ik mijn broek versleten heb. De landerijen en wegen tussen de Maas en de Zuid-Willemsvaart. Het bronsgroen eikenhout dat je toelacht wanneer je mijn dorp binnenrijdt. Het trekt nu nog altijd hard aan mij.
Dat gevoel zoek ik momenteel ook waar we nu wonen. Ik heb het nog niet helemaal gevonden. We hebben hele leuke buren. We genieten regelmatig van wat restaurantjes in de buurt. Daar kennen ze ons ondertussen ook al. En ik woon echt wel graag in Walsbets. Maar daar blijft het bij. Ik ben op zoek gegaan naar een volleybalclub in de buurt om Landenaars te leren kennen. Alle ploegen zaten vol. We proberen al jaren binnen te geraken op de tennisclub. Helaas pindakaas… volzet.
Ik merk dat ook dit weer een heel bewust actief proces aan het worden is. Het lijkt iets geforceerd. Als ik er zo over nadenk komt ook hier weer de angst van ouder worden om de hoek piepen. Als we niet meer zo goed kunnen, wie komt ons dan helpen? OK… het is niet zeker dat je kinderen dit doen als je er hebt. Maar door kinderen te hebben die naar school gaan, hobby’s hebben, vrienden hebben,… leer je als ouder ook alleszins al mensen in de buurt kennen. Je wortelt er net iets automatischer dan zonder.
Het ongerust gevoel verdwijnt al gauw weer. Ik heb vertrouwen in het feit dat mijn vrouw en ik altijd wel contacten zullen blijven maken. En mensen om ons heen zullen hebben. En wat die hulp betreft… ik hoop dat we op onze oude dag wat buffer hebben om de zorgen die we nodig hebben te kunnen inhuren. En wie weet zitten we dan gezellig samen in een rusthuis tussen de groene eikenbomen.
(you must be logged in to Facebook to see comments).