Achteraf kan je ermee lachen maar op het moment dat je een spermastaal in zo’n IVF-traject moet afleveren vergaat het lachen je even.
Mijn eerste keer… Wat was me dat! Na anderhalf jaar proberen werd ik op aanraden van de gynaecologe van mijn vrouw doorverwezen naar mijn huisarts. Ik moest mijn ‘soldaatjes’ daar maar eens laten onderzoeken. Mijn huisarts verwees me door naar een labo in de buurt. Toen ik belde om te horen hoe dat in z’n werk ging, kreeg ik een receptioniste aan de lijn. Ze zei dat ik daar gewoon voor mocht langskomen met de verwijsbrief van mijn arts. Toen ik vroeg of er een lokaal was om mijn ding te doen, was het antwoord heel kort: neen. “U kan dat op het toilet doen.” Ik vroeg of er echt geen andere mogelijkheid was. Toen kreeg ik de optie dat de afname van het staal ook thuis mocht als ik binnen de 30 minuten in het labo was. Ik moest een ‘potteke’ komen uithalen en zorgen dat het warm bleef bij het binnenbrengen. Dat kon door het onder de oksel te bewaren. Zo gezegd zo gedaan. Ik was van plan voor mijn werk naar het labo te rijden met mijn staal onder de oksel. Gelukkig was het labo zeer vroeg open. Dan zou er wel niet veel volk zijn. En inderdaad. Ik was de eerste. Het labo was nog aan het opstarten. Eén van de laboranten was al aanwezig. Maar dat was duidelijk niet de receptioniste. Dus kon ik wachten. En wachten. Ondertussen vormde zich een rij achter mij. En ik zat daar nog met dat staal onder mijn oksel. En ik zat met tijdsdruk. Ik had maar 10 minuten anders was het staal om zeep. En kon ik opnieuw beginnen. Eindelijk was de receptioniste er. Ze deed haar job niet echt met veel goesting vond ik. Ze nam mijn staal in ontvangst en riep naar de laborante dat er een spermastaal op komst was. Het schaamrood verscheen op mijn wangen. Daar ging mijn plan om in alle stilte mijn staal binnen te doen.
Enkele dagen later was daar het verdict… Ze waren met te weinig, ze waren traag en hadden een rare vorm. Dat was een klap! Wat had ik mis gedaan? Was het mijn fout?
Uiteindelijk zijn we bij onze eerste fertiliteitskliniek terecht gekomen. Daar wilden ze mijn materiaal zelf nog eens controleren alvorens IVF opgestart zou worden. Hier hadden ze een aparte ruimte voorzien om dit te doen. Het was een kamertje van 2 op 4 meter. Er stond een bed, een zetel, een salontafeltje, een rek met oude playboy-boekjes en VHS-tapes (oude videobanden). Een echt cliché. Ik weet nog dat ik toen dacht: “Zo weinig mogelijk aanraken! Nergens gaan zitten”. Voordat je zo’n staal moet afleveren zeggen ze je dat je best 2 à 3 dagen niet meer ejaculeert. Dat is het beste voor het staal. Stiekem hoopte ik dat nu alles beter zou zijn. Ik zou dat ‘potteke’ eens goed vullen. Viel dat even tegen. Ten eerste was het een gedoe om mijn kwakje precies in dat kleine potje te mikken. En ten tweede was ik na afloop ontgoocheld van mijn bijdrage. Zo gespaard. En maar zo weinig. Ietwat teleurgesteld bracht ik mijn staal naar de laborante.
Ook nu was het resultaat hetzelfde. Mijn materiaal was niet goed genoeg om op natuurlijke wijze zwanger te geraken. Geen probleem zeiden ze in de kliniek. We hebben maar één goede zwemmer nodig. Voor alle veiligheid zou er geopteerd worden om de helft van de eicellen te bevruchten via IVF en de andere helft via ICSI. Achteraf zou blijken dat enkel ICSI enig resultaat had opgeleverd. Bij IVF worden een heleboel zaadcellen samengebracht met een eicel in de hoop dat de bevruchting dan plaatsvindt. Bij ICSI selecteren ze één goede zaadcel die direct in de eicel wordt geïnjecteerd. Allemaal totaal nieuw voor mij.
Het was eindelijk zo ver. Mijn vrouw was klaar voor de pick-up. Ondertussen ben je voorbij aan de ranzigheid van donatielokaal. Maar dan stelt zich een andere uitdaging. Er mag niet te veel tijd zijn tussen de pick-up en de ICSI-behandeling. Terwijl ze mijn vrouw dus klaarmaakten voor de pick-up moest ik mijn materiaal alvast in een ‘potteke’ doen. Stress!! In de gang grenzend aan het ‘spermalokaal’ stonden 4 stoelen. Ik was niet de eerste. Er was al één wachtende voor me. En niet veel later waren er ook al 2 wachtenden na mij. Je weet dus als je dat lokaaltje binnengaat dat het snel moet gaan. Ze wachten immers op je belangrijke bijdrage om de ICSI te doen. Aan de andere kant denk je aan de wachtenden na jou waarvan je weet dat zij weten wat je daar aan het doen bent. Verder hoor je dan plots hoe druk het wel op de gang is. Personeel dat heen en weer wandelt. Elke stap verstoort je in de werk. Je denkt best aan plezante dingen om je ding zo snel mogelijk te doen. Een hele opgave. Een haast onmogelijke taak. Maar je kan niet anders dan je erover zetten. Die eerste keer voor onze ICSI-behandeling was ik extra zenuwachtig waardoor ik bijna morste. Stress… stress… stress. Je had het zelf in de hand maar dan moet je loslaten en vertrouwen op de medische wereld. ;-)
Ik ben blij dat ik achteraf de humor in zie van wat me allemaal overkwam tijdens het ‘produceren van mijn spermastaal’. Zo noemen de dokters en laboranten dat. Je ziet dat ze weinig energie steken in de locatie van zo’n lokaal of hoe de persoon binnen zich voelt. Welke prikkels hij moet krijgen en welke ongewenste prikkels hij krijgt. Het laatste lokaaltje dat ik mocht testen was dat van UZ Jette. Daar merkte ik dat ze zich toch enige moeite getroost hadden. De VHS-cassettes waren vervangen door DVD’s. Maar de aftandse ‘boekskes’ waren ook daar aanwezig.
Voor alle duidelijkheid… ik heb noch ‘boekskes’, noch VHS-cassettes of DVD’s durven gebruiken. Ik heb gebruik gemaakt van mijn fantasie. Ogen toe… en gaan met die banaan ;-)
(you must be logged in to Facebook to see comments).